geen boter eten

Wat ben je dun geworden.
Vind je. Mijn buik. Ik heb een dikke buik.
Ik heb ook een dikke buik.
Wat doe je daar aan?
Gewoon inhouden.
Houd je hem nu in dan?
Kijk maar.
Muriel heeft geen dikke buik. We zijn op een Nieuwjaarsparty in Rome. Muriel en ik. Er is een knappe Italiaanse. Muriel vraagt. Wat vind je van haar? Ik zeg, wat moet je zeggen. Ik zeg, Ze heeft een mooie strakke buik. Wat moet je zeggen? Elke andere vrouw laat dit lopen.
Niet Muriel.
Nee. Muriel niet. Die avond komt ze voor me staan. In een kanten, lingerie-setje.
Duur?
Een Mary Jo’s. Zegt ze. Staat ze voor me. Met haar buik. Kijk. Zegt ze. Wat vind je van mijn buik. Is mijn buik niet strak? Ik moet toegeven dat haar buik strak is. Weet je hoe ik dat doe?. Vraagt ze. Nee, dat weet ik niet,zeg ik. Geen boter eten. Ik eet geen boter, zegt ze. Ik laat haar mijn buik zien. Kijk. Niet strak. Elke andere vrouw zou zeggen ach, dat valt wel mee. Dat haal je maar in je hoofd.
Niet Muriel.
Muriel niet. Muriel zegt, Je moet geen boter eten. Zo doe ik het. Gewoon geen boter eten.
Is dat de ruzie?
- Nee dat niet. Ze is... Ze is langzaam. We hebben een huurauto. Een huurauto betaal je per dag. Ik zeg, We vertrekken vroeg. Dan kunnen we veel zien.
Jullie vertrekken...
Vier uur s’ middags.
Vier uur. Want?
Kleren.
Om vier uur is ze aangekleed?
Ja. Mijn fout. Ik ben de man.
Muriel, staat voor me.
Ze vraagt. Zit deze broek niet wat te ruim?
Ze is dun.
Heel dun. Ze is ver in de veertig. Altijd mollig geweest. Nu heel erg afgevallen. Haar gezicht is totaal ingevallen. Overal plooien. Ze is veel te dun. Zij vind het mooi, dat dunne. Die broek zit te los. Ik zeg. Ik vind het wel mooi die broek. Dat losse.
Goed antwoord.
Ja. Ze houd de broek aan. Los of niet. Hoe zal ik mijn haar doen is de volgende vraag. Los? Of in een paardestaart? Ik zeg. Doe maar een paardestaart. Los hebben we al gehad.
Je groeit in je rol als man.
... en zij maar draaien voor die spiegel.
En dan?
Dan zegt zij. Ik trek toch een andere broek aan. Weer voor me staan. Andere broek. Zelfde truitje. Ze zegt. Maar dit truitje. Past dat wel bij deze broek? En dan maak ik een beginnersfout.
Je bent nog niet zo lang man,
Ik zeg. Ik zeg. Ja. Je hebt gelijk. Dat truitje past niet bij die broek.
Ander truitje?
Nee, nee, nee, veel erger! Niet alleen ander truitje. Andere schoenen. Andere tas. De haren anders. Het begint van voren af aan.
Dat doe ik ook altijd. Vragen of ik de goede kleren aan heb. Hij kiest altijd voor wat ik aan heb.
Mannen weten dat. Ze hebben geen zin om te wachten. Ze weten hoe lang dat duurt. Aankleden. Zo staat ze voor de spiegel. Zo.
Als een model?
Zo. Heupen gedraaid. Eén been vooruit. Roze truitje. Rode tas. Ze wil weten of ik het niet choquerend vind. Is dit niet choquerend? vraagt ze. Kan dit? Roze en rood gecombineerd? Zo staat ze voor de spiegel...Zo.

woensdag 3 januari 2007